‘A cruel, cold world’, zong rapper JUICE WRLD. Een wrede, koude wereld. In de verwarring van drugs, straatgeweld, en racisme in de VS moest hij zien te overleven – het lukte hem niet. ‘Legends seem to die out, what the fuck is this ‘bout?’. Hij hoorde niet tot de club van 27, maar tot die van 21. Pepijn tot die van 14. We draaiden het nummer op zijn begrafenis.
De wereld tolt. In tegenstelling tot het vooruitgangsoptimisme van de babyboomers, lijkt de toekomst voor jongeren een stuk grimmiger en onvoorspelbaarder. En alsof corona nog niet ontregelend genoeg is, hebben we nu ook nog een oorlog in Oost-Europa.
De stormen die in februari huis hielden verbleken erbij. Dudley, Eunice en Franklin lieten zien dat grote jongens om kunnen vallen, ontworteld kunnen raken. Ook op het PepijnPad zijn er drie, vier, gegaan. Zelfs het imposante, het massieve, het solide is kwetsbaar. Al ben je groter dan Frankrijk, dan nog kun je zomaar opgepeuzeld worden. Als staat is Oekraïne nog een puber; geboren in 1992, gaat het misschien horen bij de club van 30. Het is een kwetsbare jongere.
In deze verwarde wereld zou Pepijn op 28 februari 2022 16 jaar zijn geworden. Tussen zijn dood op 16 januari en zijn geboortedag zitten 43 dagen. Dat is ongeveer net zoveel als tussen Goede Vrijdag en Hemelvaart (41). En of je nu christelijk bent of niet, die dynamiek van dood en herrijzenis, is universeel. Pepijn leeft, al is hij er niet meer. Wij leven. We hebben geen andere optie dan weer te verschijnen.
Maar hoe doe je dat, verschijnen? Ik proef schroom bij het versturen van de uitnodigingen in de buurtapp voor de bijeenkomst die we houden om zijn verjaardag te vieren. Zo vanzelfsprekend als ik iedereen voor de Stille Tocht benaderde, zo is het nu niet. Stemmen in mij vragen zich af of het niet te veel is, vragen we niet te veel aandacht voor het overlijden van onze zoon, onze broer? Zitten mensen hier wel op te wachten, zou het niet op spam gaan lijken? Mag het nog?
Hoe lang na iemands overlijden mag je mensen nog attenderen op dat feit? Hoe vaak mag je dat doen? Wat is kloppend? Ik aarzel en houd me in. Maar vanwaar die twijfel in mij zelf? Mag ik er misschien van mezelf niet meer al te vaak bij stil staan? Is het omdat het leven zonder Pepijn al een zekere bekendheid en gewenning heeft opgeleverd, waardoor het minder urgent lijkt om bij zijn overlijden stil te staan?
Ik verman mezelf, wil deze gedachten niet toelaten, en een beetje met de ogen dicht druk ik toch op ‘versturen’. Ik praat mezelf moed in, ik nódig uit, anderen hóeven niet te komen. Ook in afwezigheid kun je er bij zijn. We doen dit niet om te treuren, maar omdat zijn overlijden iets van grotere waarde aanraakt, en niet alleen voor ons als familie. Ik hoop dat mensen dit oppikken. Vanuit dat perspectief hebben we eigenlijk niet eens een keuze. Juist als alles instort, verschijnen we, de urgentie maakt het los, het gebeurt haast moeiteloos. Zoals in de dagen na zijn dood. Als alles zijn gangetje gaat, dan wordt het pas lastig.
Dit besef helpt. Dit was het dus: het gaat wel ongeveer zijn gangetje. Het is een doodse manier van doen. Pijnlijk om te onderkennen. Ik moet mezelf bij de lurven pakken en wakker maken.
Juist als de wereld in brand staat, verschijnt het leven onmiddellijk met de dood. Kleuren worden helderder, onderscheidingen scherper, doorzichten dieper. Prioriteiten ordenen zich moeiteloos. Wie ooit pacifist was, weet dat er nu gevochten moet worden in Oekraïne. Wie ooit tegen vluchtelingen was, weet dat ze nu opgenomen moeten worden. In de dagen na Pepijns dood werden we automatisch mens. Nu, een dik jaar na dato, is verschijnen een actieve daad. En ooit, als de oorlog in Oekraïne is afgelopen, zal solidariteit en medemenselijkheid een actieve daad zijn.
Meer nog dan een handeling, is verschijnen een houding. Afshin Ellian, vluchteling voor het Iraanse regime en nu hoogleraar recht in Nederland, zei het zo: elke glimlach is een middelvinger naar de vijand. In zijn geval is de vijand het politieke regime. In mijn geval zijn het mijn eigen demonen en voorkeuren die me onderuit halen. Met deze kanttekening: de weerstand die ik ze bied is niet zozeer ze opsluiten in de kelder, maar juist ze herkennen en laten smelten in aandacht.
Daarmee klaart mijn blik, en zegt het leven en sterven van Pepijn mij dat we elkaar moeten koesteren. Dat we samen zoveel meer zijn dan alleen. Dat onze wijk gebouwd is op mensen met een hart. Dat het belangrijk is dat we elkaar ontmoeten en het glas heffen, zelfs al begrijpen we elkaar niet. Zélfs al begrijpen we de aanleiding niet.
Daarom, tegen de onmogelijke achtergrond van alle turbulentie op het wereldtoneel proosten we op Pepijn: op leven, op hét leven. Wij doen er toe, nu.
Ik dank de meer dan 60 familieleden, vrienden, buurtbewoners, jong en oud, die zondag 27 februari met ons het glas hieven in het machinegebouw op het terrein van de voormalige waterzuivering. (voor foto’s zie De verjaardag van Pepijn)

