Het riet langs het kanaal is inmiddels zo hoog dat de waterkant niet zichtbaar is vanaf de dijk. Het is diep in de zomer, al wat groene pretenties had is omhoog gekomen. Hier en daar zijn tussen het riet ingangen gemaakt door buurtbewoners, om makkelijker te kunnen zwemmen in het kanaal.
Ik zwem het liefst bij een knoestig appelboompje, ik heb altijd de indruk dat het tegen de verdrukking in blijft staan, een beetje bozig, zo van ik-laat-me-niet-kisten-ook-al-sta-ik-op-een-rare plek. Voortplanten gaat hier in ieder geval slecht, ik heb nooit een rijpe vrucht zien hangen. Aan het boompje heeft iemand een touw bevestigd, voor een beetje houvast als je van de weg 2 meter naar beneden glibbert naar de waterkant. Het kanaal is afgezet met een metalen beschoeiing; lange gegolfde platen van zo’n halve meter breed die er vertikaal ingestansd zijn, en over de lange zijde in elkaar grijpen. Ze zijn afgedekt met een metalen kap, die net onder water staat. Hij doet dienst als springplank en voetenbad. De algen op deze rand maken de boel glad, waardoor het te water gaan en er weer uit komen altijd wat aarzelend en klunzig gebeurt. Alsof het net zo min de bedoeling is als het boompje.
Op deze middag in juli loop ik hard langs het kanaal, ik heb 5 dagen in een schrijfretraite gezeten en de beweging is er bij ingeschoten. Ik ben bijna thuis. Bij mijn zwemboompje links af, nog 300 meter over een fietspad en ik ben in mijn wijk. Vanuit de verte zie ik een vrouw bij mijn boompje iets in het water gooien. Iets anders schiet er achter aan. Ik kom nader en de vrouw in strak lycra pakt haar kinderwagen-met-kind en begint hard te lopen. We glimlachen als we elkaar al hollend passeren. Ik ben benieuwd wat de vrouw het water in gooide en wat er achter aan ging, daal bij mijn zwemboompje af. En zie wat in de rede lag: een hond met een stok, zwemmend parallel aan de waterkant. Ik ben in verwarring; zou deze hond bij de vrouw horen of heeft ze zich zojuist ontdaan van een vervelende lastpost? Ik klim weer de dijk op en zie de vrouw nog steeds joggend achter haar kinderwagen.
Ze kijkt niet op of om. Ik wordt nog nieuwsgieriger: hoort de hond echt bij de vrouw? Zal ze op hem wachten? Vanuit mijn positie kan ik de hond in het water niet zien, en besluit het aan te kijken, misschien komt er op een gegeven moment iets uit het water. Mijn geduld wordt beloond; even later beweegt het riet, zo’n 30 meter verderop verschijnt een natte hond met stok. Het beest schudt zich uit, en loopt met een vaartje achter de vrouw aan, inmiddels een eind verder.
Hond uitlaten, kind uitlaten én zelf sporten; verwonderd door zoveel efficiëntie besluit ik ook tot een dubbelslag. Ik daal weer af naar de waterkant, trek mijn sportkleren uit en werp me in het water. Zo, twee van de drie triatlon onderdelen in één moeite door. Ik dobber lekker, laat het kanaalwater langs me heen golven, en geniet van dit ongecompliceerde moment, waarin ik alleen maar nat ben en verder geen zorgen heb. Niet gepland, wel precies de bedoeling.


Prachtig verhaal weer!