Links liggen de groene asperges

Eerst stonden we bij de koeling van de champignons, de spinazie, en de klein-verpakkingen gesneden groenten. Ze was op zoek naar bosuitjes, maar vond mij  -al zag ze me aanvankelijk niet, gehuld als ik was in een dikke herfsttrui. ‘He mevrouw Bloemhof!’.  Verrast keek ze op. Al wonen we nog op hetzelfde adres – zij aan de achterkant, ik aan de voorkant, gescheiden opgangen – we komen elkaar daarbuiten eigenlijk nooit tegen.

We wisselden uit dat we verlangden naar een teken van leven van Boris – op reis met zijn studentenvereniging naar Praag. We bespraken wat we met de auto wilden – zij heeft hem vaker en structureler nodig dan ik. We namen de financiële situatie door – best pittig in dit coronajaar, met minder energie voor het werk. En zo bleven we kletsen; andere bezoekers van de supermarkt slalomden om ons heen, een enkeling wierp ons een verwonderde blik toe. We besloten verder te gaan met winkelen. Een halve minuut later had ik paksoi ingeladen, zocht zij nog steeds de bosuitjes, en botsen we weer op elkaar. Hoe het met haar ging, vroeg ik. Ze vertelde over haar aanstaande verjaardag, over mijn verjaardag afgelopen maart in haar tuin. Over het ongemak toen. Weer gleden de minuten weg. Over dat ze voor haar verjaardag wel een paar mooie foto’s van Pepijn wilde. Dat ze er aan toe was die op te hangen; in het begin was de dagelijkse confrontatie met zijn gezicht nog te groot. Misschien in zwart-wit. Over het omgaan met de dood, en hoe ze er meer vrede mee kan hebben wetend dat elke dood kloppend is, als je de volledige verbondenheid van alles en iedereen in ogenschouw neemt. Over een Amerikaans-Indiaase Harvard psycholoog, Ram Das, die hier inspirerend over vertelt. Over Pepijn, die in sommige aspecten meer op haar leek dan op mij.

En terwijl we spraken voelde ik hoeveel genegenheid ik heb voor deze vrouw, moeder van onze twee zonen. Hoe ze me nabij is, ook al zijn we gescheiden en is dat beter zo. Voelde ik de waardering voor haar volharding om het contact in elke ontmoeting te vinden, om het leven meer te laten zijn dan een eenzame, koude wandeling. Ik voelde de openheid en rijpheid die in haar groeit, dag na dag. De ontspanning die ondanks alles in haar huist. Het vermogen en de wil om altijd opnieuw te onderzoeken wat er speelt. Om de pijn en de shit van alledag in het gezicht te zien, van de ander, van haarzelf. We keken elkaar even stil aan. Links lagen de groene asperges. Tranen welden in mijn ogen. Ik zei dat ik me realiseerde hoeveel warmte ik voor haar koester en haar toewens dat het goed met haar gaat. We omhelsden elkaar naast de weegschaal voor bananen. En nog een keer. Ik zal Titia altijd hoog houden als de moeder van onze zonen, van Boris en Pepijn, en als de wijze vrouw die ze is.

Aubeterre, zomer 2016
Aubeterre, zomer 2016

5 gedachten over “Links liggen de groene asperges

  • 13 oktober 2021 om 10:11
    Permalink

    Dankjewel. Tranen van ontroering en verbondenheid.

    Beantwoorden
    • 13 oktober 2021 om 16:09
      Permalink

      Wat intens! Wat bijzonder fijn om te mogen lezen over en te delen in jullie verbondenheid. Wat zal Pepijn met een glimlach de ontmoeting van zijn ouders bij de afdeling groente in de supermarkt hebben gadegeslagen – komt als gedachte in me op….

      Beantwoorden
  • 13 oktober 2021 om 17:40
    Permalink

    Een warm hart; krijg ik ervan! Mooi gaston en Titia!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *