Smeltende kaarsen

Ik heb er een kliederboel van gemaakt, de helft is over het fornuis uitgevloeid. Krijg je ervan als je te onstuimig een oud steelpannetje gebruikt om oud kaarsvet te smelten en het vervolgens zonder voorzorgsmaatregelen in een grote glazen pot probeert te gieten. Het steelpannetje heeft geen tuitje, dus stroomt de helft langs zijn eigen buitenkant náást de pot. Zoals wanneer je thee vanuit jouw kop in een ander glas wil overgieten, grote kans dat je morst. Mijn fornuis zit onder een dunne laag kaarsvet. Ik overgiet stukje bij stukje met kokend water en dep het vettige vocht met keukenpapier. Volhardend en zwijgend geef ik me over aan de klus.

Al sinds begin december staart de kaars in de glazen pot mij aan. De pot is zo’n 30 cm hoog, en 12 cm breed, met een smallere opening van zo’n 7 cm bovenin. Er zit nog een flinke homp kaarsvet in, zeker 10 cm. Ik vraag me af waar ik deze glazen kaarspot aan te danken heb, dan valt me binnen dat die in de weken rond de dood van Pepijn bij ons is binnen gekomen. Al die tijd deed ik er niets mee. Tot nu. Ik steek de kaars aan, met een lange lucifer, en moet de pot horizontaal leggen omdat anders de vlammen van de lucifer onmiddellijk aan mijn vingers gaan likken in plaats van aan de lont. Een week of twee steek ik met genoegen de kaars aan, en geniet van het dansende vlammetje achter het glas. De kaars brandt echter niet mooi egaal weg, maar juist een rond gat in het midden, alsof het een wak in het ijs is. Een dikke wand van kaarsvet blijft overeind, ik vrees een spoedig eind van mijn kaars en begin de boel te manipuleren. Ik snijd in de kaarswand, wrik brokjes los en zorg dat die geleidelijk aan in het midden mee gesmolten worden. Het werkt, de kaars lijkt tot leven te komen, en wordt meer een geheel. Tot ik mijn hand overspeel, en de lont verdrink in zijn eigen vet.

Deze december komt me donkerder voor dan eerdere decembers. Komt het omdat de drie jaar naderen dat Pepijn overleed? Zijn afwezigheid wordt met de tijd dan wel ‘doenlijker’, maar het gemis schuurt op de achtergrond, altijd. Is het daarom dat de kaars zo’n aantrekkingskracht op me uitoefent? Ik besluit het resterende kaarsvet om te smelten en er een nieuwe lont in te hangen. Ik vraag om een nieuw kaarslont in de buurtapp, en nauwelijks heeft mijn buurmeisje hem in de bus gegooid of ik begin met de klus. Ik heb nog net het bewustzijn om vast te stellen dat ik wel erg overhaast te werk ga, maar de drang om mijn plan uit te voeren en nieuw licht te creëren is zo groot dat ik het uitpakken van de boodschappen uitstel tot na het smelten. Iets moest en zou. Tevreden zie ik hoe de brokken kaarsvet vloeibaar worden. Ik drenk de lont in het kaarsvet en laat hem opstijven.

Vervolgens dus de kliederboel.

En het opruimen.

De volgende dag waag ik het erop. En de kaars, hij brandde.

Omsmelten, uitharden, aansteken, smelten. Vast wordt vloeibaar en vervliegt. En stolt weer in een nieuwe vorm. Hoe lang gaat dit proces al door?

Iets moest en zou. Die onstuimigheid…. Even voelde ik me Pepijn.

Lees hier waarom we vertrekken om 18:01 h

Lees hier een impressie van de Stille Tocht in 2022

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *